Mens, Werk

Vaak en veel vlieg ik op de hoge wolken van mijn dromerige gedachtewereld. Als echte dromer stoei ik vaak met het feit dat ik veel droom en minder actie onderneem dan ik in mijn dromen zou willen. Het is zo fijn daarboven. Alles in rust te doen, alles is te voorspellen en er is even niks anders dan de wolk waar ik op vaar. En toch, toch zou ik wel eens wat vaker met beide benen op de grond willen staan. Toch zou ik wel eens wat vaker mijn mouwen opstropen en mijn handen vies maken.

Soms, vliegend op mijn wolk, realiseer ik mij opeens dat ik alweer mijn dromerige zelf ben. Vooral op de momenten dat het echt even nodig is, kijk ik naar mijn handen. Ik kijk naar mijn handen en beweeg mijn vingers een voor een. Ik bestudeer mijn handen en zijn vormen.
Kijk ik naar mijn handen, dan is er eigenlijk maar een ding wat onvermijdelijk door mijn hoofd schiet.

Mens, Werk.

Toen ik nog een jonge jongen was. Zes? Acht? Misschien al wel tien. Toen ik nog een jonge jongen was, vertelden mijn opa en oma mij altijd over de twee letters die op mijn handen stonden. De twee letters die, al dan niet met wat verbeelding, op de handen van ieder mens staan. De groeven op je hand vormen de letter M en omgekeerd de letter W. Deze groeven, vertelden mijn opa en oma, zijn een altijd aanwezige herinnering aan de mens om te werken. Dat is waar je handen voor gemaakt zijn.

Nog altijd, als ik weer eens wekenlang te diep in gedachten verzonken ben, als ik weer eens wekenlang minder actie heb ondernomen dan ik droom, kijk ik even naar mijn handen. Nog altijd kijk ik naar mijn handen en herinner ik mij die woorden.

Stop eens even met dromen, kom uit die wolkenwereld en stroop die mouwen eens op. Er is werk aan de winkel. Met alleen mooie gedachten kom je er ook niet.

Mens, werk!

Gewenning

Lief Lief Diarium,

Je naam, Lief Diarium, begon te wennen. Ik wil je toch graag laten weten dat ik je echt liefheb.

Jij bent als een bloem. Als een bloem in de ogen van een bij. De bij zal in zijn jongere dagen verwonderd naar je hebben gekeken. Genoten hebben van je heerlijke geur. Gedroomd hebben van je stralende kleur. Je met respect hebben behandeld. Maar in de tijd dat hij je het hardst nodig had, toen de tijd begon te dringen en de winter naderde, in die tijd vergat hij de bewondering die hij voor je had. Het enige wat nog telde was dat de bij wist dat je belangrijk voor zijn overleving bent. Je bent belangrijk en niet alleen voor die ene bij. En toch is de echte bewondering voor de bloem verloren.

Jij bent als een bloem, Lief Diarium. En ik? Ik ben als de bij. In onze eerste jaren bewonderde ik je. Respecteerde ik je. Je geur had ik lief en je kleur liet mij dromen. Die hele tijd samen, het wennen aan je aanwezigheid, dat heeft ervoor gezorgd dat ik jou waarde ben vergeten. Ik gebruik je omdat het nodig is. En dat spijt mij.
En toch verschil ik van de bij, Lief Diarium. Bewust van mijn falen besef ik mij opnieuw hoe dierbaar je bent. Ik besef opnieuw, ik heb je lief, Lief Diarium.

Liefdesbrief aan de wereld

Lieve wereld,

Ik ben een gewone jongen. Soms blij, verward, boos, verdrietig, opgewekt, positief en toch af en toe ook graag de zogenoemde advocaat van de duivel. Niet om even lekker dwars te liggen, maar omdat ik mijn mede-mens graag een andere kant van de wereld wil laten kennen. Er is meer dan het ene goed. Dat in het achterhoofd houdende streef ik altijd te werken naar die ene betoverende glimlach op andermans gezicht. Een bemoedigend woord toe te gooien wanneer alles tegen zit. Er te zijn wanneer dat nodig is.

Ja, lieve wereld, ik streef er naar altijd klaar te staan en te helpen waar ik kan. Is die aanwezigheid niet nodig, dan ben ik liever alleen. Liever ben ik nergens. Nee, liever ben ik in mijn eigen wereld. Mijn eigen wereld waar ik niet verward, blij, boos, verdrietig, opgewekt, positief en een advocaat van de duivel ben. Liever ben ik in de wereld waar het daar niet om gaat. Liever ben ik in de wereld waar dat niet bestaat.

Ik bedoel dit niet gemeen, lieve wereld. Je bent mooi, vol wonderbaarlijke onbeschrijfbaarheden. Je schittert. Je lacht. En jij, lieve wereld, jij bent er pas echt altijd.

Maar het is soms zo moeilijk om te zien dat je mooi bent, schittert en lacht. Dat ligt niet aan jou, maar aan mij. Soms is het moeilijk om te zien dat ik in mijn wereld en in jou, wereld, hetzelfde ben. Verblind door wat ik verwacht dat jij verwacht. Verdoofd door wat ik denk dat jij belangrijk vindt. Soms is het moeilijk om te zien dat jij ook maar gewoon bent wie je bent. Soms is het moeilijk om te zien dat wij gelijk zijn. Jij en ik.

Ja, lieve wereld, bestaan is niet altijd alleen maar makkelijk, vermakelijk en genieten van de tijd die je samen hebt. In die soms moeilijke dagen vlucht ik graag naar mijn eigen wereld. Ik begrijp echt wel dat we elkaar ook juist dan moeten steunen. Juist als ik in een van je dalen val, of tegen een van je bergen op moet klimmen. Juist op die momenten niet besluiten mijn eigen wereld in te stappen, maar zien dat je er ook dan voor mij bent. Die momenten moet ik even stil staan en om mij heen kijken om te zien hoe mooi je bent. Dee diepe dalen die je wijsheid tekenen. De hoge bergen, versiert met bossen kleurrijk groen, die je tot het meesterwerk maken die je bent.

Ik sta even stil. Ik bewonder je en bedenk me dan; soms ben ik wel echt verliefd op je. Jij ook op mij?